Gelukkig, geen BRAND

Afgelopen dinsdagavond 2 mei sloeg molenaar Anne alarm. Er was brand in de werkplaats op de tweede graanzolder ontstaan en er miste een molenaar.

De brandweer was snel ter plekke. Als eerste concentreerde men zich op de brandhaard, wetende dat brand in een molen niet of nauwelijks te bedwingen is. Opgebouwd uit voornamelijk houten onderdelen, die door en door droog zijn na een droogtijd van minstens 150 jaar, de leeftijd van de molen, en afgedekt met riet, dat wil best branden.

Nadat Anne grondig uitgehoord was door de brandweercommandant over de situatie in de molen, de steile trappen en de vermoedelijke plek van de brandhaard gingen er een aantal brandweerlieden, gewapend met zuurstofflessen en voorzien van een brandslang de molen in. Op de tweede graanzolder stond al heel wat rook. Binnen korte tijd was men de mini brand meester. Gelukkig maar, want er was nog een molenaar spoorloos.

Na een speurtocht in de molen trof de brandweer de molenaar buitenkennis aan onder de wiekenas op de kapzolder. Je zult er maar liggen als molenaar of als gast van de molen, bedwelmd door de rook en/of met gebroken been. Hoe kom je ooit nog beneden?

Vastgesjord op een slachtofferplank werd de molenaar de steile trappen af gesjouwd. Gelukkig voor onze molenaar was hij slechts een pop. Een pop die vervolgens via de maalzolder op de stelling belandde, en van daaraf neergelaten werd op het molenerf. Dat is snel opgeschreven, maar zo’n actie vergt toch gauw een halfuur ploeteren op steile trappen.

Gelukkig was dit maar een oefening. Als vrijwillige molenaars zijn wij verantwoordelijk voor de veiligheid in de molen, de veiligheid voor ons zelf en voor onze gasten. Er wordt dus niet gerookt in en om de molen. Maar een ongeluk blijft niet denkbeeldig met steile trappen en met luiken her en der in de molen. En dan nog maar gezwegen over het gaande werk dat in beweging komt bij het draaien van de wieken.

De vrijwillige (en beroeps-) brandweer, in dit geval uit Burgum en werkzaam als onderdeel van de Brandweer Noordoost-Fryslân, is o.a. verantwoordelijk voor de bestrijding van brand en het voorkomen van uitbreiding van de brand naar belendende percelen. Maar ook voor hulpverlening aan slachtoffers bij brand, of bijvoorbeeld aan verkeersslachtoffers.

Wat de molen betreft, daar was men helder over. Bij een echte brand is de molen niet of nauwelijks te redden, of er moet een kostbare sprinklerinstallatie ingebouwd worden. De brandbestrijding komt bij een molenbrand altijd op de eerste plaats en meestal zonder dat men de molen ingaat, want een molen trekt als een schoorsteen. Daarna richt men zich op de mensen die zich misschien nog in de molen bevinden.

Het is natuurlijk van belang dat je min-of-meer blindelings de weg weet in de molen, dat je weet waar mogelijke uitgangen zich bevinden, dan maak je misschien een kans bij brand in een molen. In huis of bedrijf / hotel is het goed om je voor te bereiden op een eventuele calamiteit als brand: “Wees voorbereid: Maak een vluchtplan!” staat er niet voor niets afgebeeld aan de buitenzijde van brandweerwagen.

Gelukkig, het was dus geen echte brand, maar een echte brandweeroefening. En kennisoverdracht aan de molenaars, zodat we qua veiligheid in de molen de puntjes op de i kunnen zetten.

Namens alle molenaars bedank ik de Brandweer van Burgum voor de leerzame avond.

Erfbelasting

Tijdens de schoonmaakactie van ons molenerf hadden we er geen erg in, maar nu de vrijwilligers van Transportbedrijf Aize Postmus en Loonwerk, grondverzet en bestratingenbedrijf Maurice Land het veld hebben geruimd, kunnen we vaststellen dat we ook nog te maken hebben met stevige erfbelastingen.

In de eerste plaats is daar de molensteen, die op de begane grond in de molen in de weg lag. Zo’n molensteen heeft een doorsnede van 1,5 meter en weegt ongeveer 1200 kg. Volgens Aize betreft het een afgekeurde loper uit de molen, en hij kan het weten, zijn vader Jan Postmus was de laatste particuliere eigenaar van de molen. Afgelopen zaterdag werd door bovengenoemde vrijwilligers de molensteen uit de molen gemanoeuvreerd en aan de NW-kant tegen de molen geplaatst, zodat de steen zichtbaar is vanaf het Mounepaed. Hier is dus duidelijk sprake van erfbelasting!

De tweede erfbelasting is deze maand nog gaande. Bouwbedrijf Swart is al een paar weken druk bezig met het restaureren van balken, muurankers, buitenmuren, vinken en roedewiggen. Die werkzaamheden zullen komende week worden afgerond.

Op de foto een van de balken op de werkplaatszolder die door Swart perfect van een nieuwe kop is voorzien, de oude was behoorlijk verrot en het muuranker was zeer sterk verroest.

En Schildersbedrijf Wits is deze week begonnen met het schoonmaken van de te schilderen onderdelen van de molen. En dat geeft al weer een zonniger aanzien van de molen. Hun hoogwerker, met op de foto de werkbak op zo’n 18 meter boven het maaiveld, zorgt ook voor een plaatselijke erfbelasting.

En “last but not least” hadden de molenaars vorige week woensdag nog bezoek van de NAVO, een zware delegatie onder aanvoering van hun gastheer de Kapitein-Luitenant-Ter-Zee-Arts Hans Putters uit Sumar. Het bleek een werkgroep te zijn van marine medici in NAVO verband, die zich buigt over maritiem geneeskundige aspecten. De deelnemers kwamen uit USA, GBR, CAN, FRA, ITA, DUI, NOR, BEL en NL.

Best wel belastend voor ons molenaars, want er moest een Engelstalige informatie (De Hoop Engels 2017) gemaakt worden en we wilden alle 11 deelnemers graag de volledige molen tonen, en dat allemaal binnen een uurtje. De voorbereiding en uitvoering vergden toch ook weer ca. 8 vrijwillige molenaarsuren. Maar we doen het graag.

Hans Putters was belast met de organisatie. Toen het verzoek kwam, hoefde Hans geen moment te twijfelen over waar hij de bijeenkomst zou gaan organiseren, namelijk gewoon in de eigen prachtige regio.

En zo kwam het dat Noardburgum en Sumar onderdeel werden van het sociale programma, een bezoek in vrijetijdskleding aan de Scherjon’s klompenmakerij & museum en aan Korenmolen De Hoop. Het gezelschap hoge geneeskundige officieren lieten zich informeren over en rondleiden langs een belangrijk stukje regionaal cultuurgoed dat onze streek rijk is.

Op de foto het gezelschap, met daarbij aan de flanken en in het midden v.l.n.r. de molenaars Anne, Willem en Jan, het erf voor de invaart van de molen zwaar belasten, hoewel minder zwaar dan de molensteen. Hans Putters meldde ons achteraf: “men genoot enorm van de gastvrijheid en de bereidheid om in het Engels geïnformeerd te worden en de middag werd als een buitengewoon leuke, interessante en ontspannen onderbreking ervaren”.

Voorjaarsschoonmaak gemeentelijk molenerf SUMAR

11 maart 2017. De grootste, ooit door vrijwilligers uitgevoerde schoonmaakactie van een molenerf, vond plaats in Sumar.

Nadat door de gemeente T-diel een paar weken geleden al de brede houtopstand werd gekapt, vond vandaag van 7:30 tot 14:30 uur met prachtig voorjaarsweer het “ontstobben” van het gemeentelijke molenerf met klein en vooral groot materieel plaats.

Buurman Jan vd Vegt krikt zijn laatste erfafscheidingspalen uit de grond.

 

Belangeloos werd door onze buren Fokje en Aize Postmus, van Transportbedrijf Postmus, vrachtwagens, containers en bemanning ingezet om kubieke meters boomstobben af te voeren.

Daarnaast werd, ook op vrijwillige basis, door Maurice Land en zijn mannen (van het Loonwerk, Grondverzet en Bestratingenbedrijf Maurice Land, Noardburgum) de strijd aangegaan met de boomstobben.

 

 

 

Zij gingen met een aantal zware machines de vele hevig weerstand biedende boomstobben te lijf, rukten deze uit de grond, om ze vervolgens in de containers te dumpen.

 

 

 

 

En daarna werd het terrein voorzien van zwarte aarde, beschikbaar gesteld door de gemeente. Het terrein werd tenslotte geëgaliseerd opgeleverd door alle vrijwilligers.

Geweldig, wat een metamorfose. Geweldig, wat een inzet!

Tussendoor zorgde Fokje Postmus voor koffie met koek en werd er rond het middaguur erwtensoep en roggebrood met spek geserveerd, beschikbaar gesteld door onze sponsor Geesje Duursma van Restaurant De Pleats in Burgum. Uiteraard onze hartelijke dank daarvoor.

Molenaarsconclaaf

De molenaars zijn verguld met de inzet van zoveel vrijwilligers om het molenerf weer een nieuw aanzien te geven, dat past in de open, landelijke omgeving. De beeldbepalende molen komt, gezien vanuit alle windstreken, steeds beter tot z’n recht, De biotoop en de windvang zijn al sterk verbeterd.

A.J. Postmus Transport, Carpe Diem

De bewoners rond de molen hebben samen met de molenaars laten zien dat zij met elkaar heel veel kunnen bereiken voor de gemeenschap.

Nu is de gemeente T-diel weer aan zet. Er zal aan de rand van het molenerf een meidoornhaag geplaatst worden, geheel in stijl met de haag langs het Mounepaed. En ook zal het molenerf verder geëgaliseerd, ingezaaid en deels bestraat worden, wanneer de huidige onderhoudswerkzaamheden door de firma’s Swart en Wits zijn afgerond.

Jeroen Gebben zei na zijn installatie als burgemeester van T-diel: “Ik bin der tige mei ynnommen om boargemaster fan Tytsjerksteradiel wêze te meien en wol my der krêftich foar ynsette om meiïnoar it bêste maatskiplike risseltaat yn it hert fan Fryslân te berikken.”

We geloven dat de gemeenschap van Sumar hem daarbij al aardig heeft geholpen!

De molenaars zijn er trots op om de korenmolen in Sumar wekelijks te mogen laten draaien en open te stellen voor het publiek. Komende zaterdag is de molen zoals gebruikelijk weer open van 9:00 tot 14:00 uur.

Knuppelstrop om de ezel

Een knuppel, een strop en een ezel, voor sommigen mensen zijn deze woorden koren op de molen, zo vlak voor de verkiezingen in maart. Een knuppelstrop om een ezel kan bij een leek ook best wel een luguber beeld oproepen. In de molenaarswereld gaat het om iets minder levensbedreigend. Eeuwenlang worden er door smederijen al knuppelstroppen van ijzer gesmeed. En die stroppen werden door molenmakers ter versteviging aangebracht om houten assen, spillen en soms om een balk. Versteviging gebeurde nabij de plek waar een gat in de balk of as werd aangebracht, bijvoorbeeld om een (wiek-)roede door te steken of een tapijzer (aslager) in te steken.

Bij De Hoop werd nog niet zolang geleden geconstateerd dat de ezel enigszins ingescheurd was. De ezel is een verticaal opgehangen balk in de kap van de molen. In de ezel is een vierkant gat uitgehakt, waarin de zware eikenhouten vangbalk scharniert rond een pen die door het gat in de ezel steekt (zie tekening uit de opleiding vrijwillige molenaar). Die vangbalk fungeert als ongeveer 500 kg zwaar rempedaal van de vang (de remblokken), waarmee de molenaar de wieken stilzet. En dat rempedaal moet wel altijd blijven functioneren.

Om een lang verhaal kort te maken, om de ezel is gisteren (25 februari) dus een knuppelstrop aangebracht om verder inscheuren te voorkomen en de werking van de vang te garanderen.

Die knuppelstrop is op ons verzoek gemaakt in de smederij van het Skûtsjemuseum in Earnewâld (Eernewoude).

Ook in het Skûtsjemuseum is het goed verpozen. Ga er eens een kijkje nemen. Voor openingstijden zie Museum. Centraal in het museum staat het leven van een vroegere generatie zeilschippers, die op skûtsjes voeren. Maar ook de kampioenscompetities van SKS en IFKS van vandaag de dag krijgen volop aandacht. De smederij en zeilmakerij komen in speciaal ingerichte werkplaatsen aan bod. Maalkoppels zoals in De Hoop kennen ze natuurlijk niet, maar net als op de molen: het betreft oude ambachten, nationaal erfgoed binnen de gemeente Tytsjerksteradiel, dat wij als vrijwilligers voor ons nageslacht willen behouden.

Damesbezoek in ijskoud mannenbolwerk

Het was gisteren (11-02-2017) bitter koud, een schrale NO wind woei over de stelling. In de molen was het niet veel beter, behalve in ons molenaarsverblijf, waar de straalkachel kilowatts verstookte. De gevoelstemperatuur ging daarbuiten richting volledige gevoelloosheid. Door de komst van twee dames ging die temperatuur gelukkig weer enigszins omhoog.

De eerste dame was Tanja Kombrink die een dagje stage kwam lopen voor haar opleiding tot vrijwillig molenaarster. Haar reguliere opleidingsmolen is korenmolen De Kaai te Sloten. Ze vindt haar molenstudie een hele leuke en kameraadschappelijke uitdaging, naast haar werk als moeder, echtgenote en welzijnswerkster. Daarnaast maakt ze haar eigen kleding(-lijn), van gebruikte katoenen molenzeilen wel te verstaan! Terwijl ze door ons door de molen wordt geleid om specifieke kenmerken te laten zien, leren wij ook van haar: “Kaai” is het Friese woord voor “sleutel”, wat een aardige verwijzing is naar de stadsnaam Sloten.

Voor de opleiding van het GVM is het verplicht om minstens 30 uur stage te lopen op andere molens in Nederland. Iedere molen is anders, bijvoorbeeld het kruisysteem, de constructie en bediening van de vang en een scala aan wieksystemen. En ook de functie van molens verschilt. Naast koren- en poldermolens bestaan er ook olie-, papier-, pel-, houtzaag- en mosterdmolens, om maar een paar voorbeelden te geven. Wilt u daar meer over weten, of over de opleiding tot vrijwillig molenaar(ster), kom op zaterdagochtend langs op “De Hoop”.

Dames zijn van harte welkom op de molen. Ook onder koude omstandigheden. Dat ervoer Nelie Sibma uit Garijp voor de tweede keer. Vandaag kwam ze op herhalingsbezoek, na ruim 35 jaar, met haar trouwalbum en boodschappenlijstje onder de arm.

Op 10 december 1981 trad zij in het huwelijk met haar Klaas Visser, en zij lieten die dag foto’s maken op onze molen.

Een prachtige dag met zon en sneeuw, zoals te zien op bijgaande foto.

 

 

Niemand van de nu aanwezige vrijwillige molenaars was in die tijd werkzaam op de molen.

Op de foto’s zagen we dat er na 1981 best wel veranderingen waren doorgevoerd in de molen. De maalbakken/meelpijpen onder de steenzolder hingen bijvoorbeeld op een andere plek, en het kruiwiel had een ander kleurtje.

 

Ondanks het feit dat de molen toch vlakbij Garijp staat, kwam een bezoek aan de molenwinkel er steeds maar niet van. Maar nu had ze pannenkoekenmeel nodig en tarwe. Geen volkoren of bloem, maar hele korrels. Niet om op te eten hoor, ze gaan in een katoenen zak/rol, vervolgens 2 minuten in de magnetron en dan als een kruik in m’n bed, of omgeslagen om m’n hals, heerlijk en lekker lang warm.

 

Nelie vond het heel bijzonder om te zien wat wij als vrijwillige molenaars allemaal uitspoken in de molen. Ze raadt het iedereen aan om eens te gaan kijken.

Sa leuk en sa tichtbij!

Kaalslag rond de molen

Zoals afgesproken is de gemeente T-diel begonnen met het verwijderen van de brede houtwal die terzijde en achter de molen in de loop der jaren is opgeschoten.

Afgelopen week zijn Herman Kooistra, André Bakker en Henk van Akker goed bezig geweest op ons molenerf, eigendom van de gemeente. De mannen wisten niet dat de molen via de Stichting Behoud Monumenten T-diel eigendom was van de gemeente. Toen zij dat hoorden van molenaar Willem die toevallig langskwam, was het hek van de dam. Die molen moest ook maar eens even van binnen bekeken worden.

Aldus geschiedde en zo zien we Herman aan het kruirad op de stelling, met de toppen van de houtwal erachter.

Zaterdag was de kaalslag goed te zien, nadat het meeste hout was afgevoerd. Ik schrok er eigenlijk best van, vanaf het erf heb je nu min of meer vrij uitzicht naar alle kanten.

Hopelijk zal het rooien en afvoeren van de restanten binnenkort zijn beslag krijgen, nadat de vorst uit de grond is. Dan kan er in het voorjaar ook een meidoornhaag geplant worden, aansluitend op de haag die langs het Mounepaed staat. De mannen zagen die nieuwe haag wel zitten. Ze opperden zelfs dat er nog een berg geschikte stenen op de Gemeentewerf lag die prima geschikt lijkt om het dan vergrote molenerf te bestraten.

We zien Herman, André en Henk binnenkort graag weer op ons erf verschijnen!