We zijn weer open als vanouds

Vanaf zaterdag 26 juni 2021 is de molen voor klanten en kijkers weer geopend, en wel van 9:30 tot 13:30 uur. Rondleidingen aan grote groepen doen we voorlopig nog even niet, daarvoor is de ruimte te beperkt.

Uiteraard vragen wij u om minstens 1,5 meter afstand tot alle aanwezigen te bewaren en vooral niet te komen als u corona-gerelateerde klachten heeft.

Om teleurstelling te voorkomen zijn bestellingen van grotere hoeveelheden (meer dan 5 kg van een product) aan te raden. Bestellingen gaarne per e-mail aan onze winkelchef Jan Adema, Jan@adema-ingenieursbureau.nl .

Tot ziens in korenmolen De Hoop in Sumar.

Vrijwillig molenaarster worden?

Als regelmatig wandelaar kom ik op heel veel verschillende plekken, met asfalt en gelukkig ook nog zandpaden, met bossen, graan- en heidevelden, met kerken, woonhuizen, boerderijen met landerijen, fabrieken en allerhande bruggen. Al die objecten en landschappen vertellen een verhaal, de geschiedenis van de streek waar ik tijdens mijn wandeling deel van uitmaakt. Ik loop feitelijk door het culturele erfgoed, vormgegeven door de inwoners in de eeuwen voorafgaande aan mijn bezoek.

Geopend maalsteenkoppel

Ook molens maken als industrieel erfgoed deel uit van die geschiedenis. Net als kerktorens zijn molens eeuwenoude landmarken, oriëntatiepunten voor bewoners en bezoekers van een streek. Erfgoed dat behouden moet blijven voor toekomstige bewoners en wandelaars, althans, dat vinden wij, de vrijwillige molenaars van korenmolen De Hoop in Sumar. Of die mening gedeeld wordt door de inwoners van Sumar e.o. weten wij eigenlijk niet. Slechts één 86-jarige molenaar woont in Sumar. Stelt u zich eens voor, die molen, dat oriëntatiepunt, staat er niet meer!

Om molens in stand te houden is natuurlijk geld nodig, veel geld. Gemeente T-diel, provincie en het Rijk trekken regelmatig de portemonnee. Het huidige kabinet geeft 325 miljoen extra geld uit voor erfgoed en monumenten, met name voor kerkgebouwen. Maar met geld alleen kom je er niet. Een stilstaande molen is gedoemd om te verdwijnen.

Daarom zijn er vrijwilligers nodig om molens te laten draaien, te onderhouden en te exploiteren. Het afgelopen jaar hebben we geprobeerd om nieuwe vrijwilligers bij de molen te betrekken, om als leerlingmolenaar de kneepjes van het vak te leren en om met bezoekers de geschiedenis van de molen te delen. Slechts één bewoner van Garijp toonde een uurtje enthousiast belangstelling, we zagen hem echter nooit meer terug.

Daarom doen we nu uitdrukkelijk een verzoek aan de vrouwelijke bevolking van Sumar en omgeving om de stoute schoenen aan te trekken en te solliciteren als vrijwilliger, als leerlingmolenaarster. We zijn er iedere zaterdag van 9 tot 14 uur. En mocht je als man toch ook belangstelling hebben, je bent van harte welkom.

 

De Hoop van Sumar

Iedereen in Sumar kent de molen, goed zichtbaar als je vanaf de Centrale As het dorp inrijdt. Op zaterdag is de molen geopend van 9 tot 14:00 uur, dan plegen de molenaars onderhoud en laten ze de wieken draaien om de molen in conditie te houden en tarwe te malen. Want een voortdurend in één stand stilstaande molen gaat ten onder aan weer en wind, en aan houtworm. Maar de houtworm houdt gelukkig niet van trillend hout, dan slaat hij op de vlucht.

Om de molen te laten draaien hebben we gediplomeerde molenaars nodig. Momenteel zijn er nog drie molenaars actief om het “gaande werk” te bedienen (de draaiende onderdelen) en is een vierde molenaar in opleiding bij ons. Want De Hoop is ook een opleidingsmolen.

Leerling Eric verlegt de kruiketting

De actief draaiende molenaars zijn afkomstig uit Drachten, Opeinde en Oentsjerk, helaas niet uit Sumar of directe omgeving. Alleen de 85-jarige oud molenaar Rein Beerda woont in Sumar en hij komt trouw iedere zaterdag achter zijn rollator twee uurtjes naar de molen, voor koffie, een praatje en een klusje. En dan is er natuurlijk nog onze 84-jarige molenaar Jaap Boender uit Noardburgum, die zich vrijwel nooit met de bediening van de molen bezighoudt maar een groot deel van het onderhoud aan gaande en staande werk voor zijn rekening neemt.

Rein Beerda uit Sumar

De gemiddelde leeftijd van de molenaars is momenteel 74,3 jaar. Het zou fantastisch zijn als een aantal jongere bewoners (m/v, van 14 tot 70 jaar) uit Sumar en omgeving als vrijwilliger een rol gaan spelen in de molen. Dat kan als leerlingmolenaar, maar ook als mede winkelbeheerder of bestuurder van de Stichting korenmolen De Hoop Sumar.

Meer informatie over onze vacatures vind je onder Vrijwilligers

Kom binnenkort op een zaterdag eens langs op de molen voor meer informatie, voor een proefles of voor een uitgebreide rondleiding. Wij vertellen graag meer over de mogelijkheden. Zorg samen met ons voor het behoud van het culturele en industriële erfgoed van Sumar, de enige korenmolen van de gemeente Tytsjerksteradiel.


Prijsaanpassingen

Per januari 2019 zijn de prijzen van de artikelen in onze winkel aangepast aan de inkoopprijzen. Alle producten zijn onderhevig aan het nieuwe btw-tarief, dat door de overheid van 6 naar 9% is verhoogd. Een aantal producten zijn ook aangepast aan de marktprijzen van meel- en aanverwante producten. Onze prijzen staan vermeld onder menukeuze WINKEL.

Onze prijzen zijn zoals altijd afgestemd met die van onze leverancier, Jan Tollenaar van korenmolen De Zwaluw uit Burdaard.

Signalen uit het verleden

Als je 100 jaar bent geworden komt de burgemeester bij je langs. En echtelieden die vele jaren met elkaar delen, de gouden (50), diamanten (60) en platina (70) huwelijksjubilea, worden door B&W of gemeentebesturen feestelijk onthaald. Dit gebeurt allemaal op basis van de signalering door de geautomatiseerde Burgerlijke Stand. Voor monumenten geldt dat niet, geen B&W die “geholpen spontaan” een eigenaar van een monument komt feliciteren als daartoe aanleiding bestaat. Monumenten worden toch ook ieder jaar een jaartje ouder, maar wie maalt daarom?

Er bestaat echter wel een soort “Burgerlijke Stand” voor monumenten, dat is het Monumentenregister. Een register dat door De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt bijgehouden. Deze rijksdienst is onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Onze molen is ingeschreven in het monumentenregister op 29 augustus 1972 met de status van Rijksmonument, uiteraard met een nummer, 35683 voor de liefhebbers. De nadere aanduiding luidt: “Bovenkruier met stelling, herbouwd in 1867”. De molen is dus ruim 150 jaar oud, maar dat wisten we al, dat hebben we vorig jaar nog gevierd.

De eigenaar van de molen is de Stichting Behoud Monumenten T-diel, die namens de Gemeente Tytsjerksteradiel het beheer voert over een achttal kerktorens in Tytsjerksteradiel en over onze molen. De eigenaar bedacht, gelet op de bereikte leeftijd van zijn molen, dat hij de molen dan maar zelf in het zonnetje moest zetten. Een zonnetje in de vorm van een ANWB Informatiebord, aan de hand waarvan bezoekers en bewoners uit de regio kennis kunnen maken met rijksmonument Korenmolen De Hoop in Sumar.

Kunt u het bord op uw scherm niet goed lezen, of heeft de tekst uw nieuwsgierigheid gewekt, kom dan langs in Sumar en bezoek de molen. U kunt ‘m niet missen!

 

Keuze-stress van een molenaar, hoeveel zeil leg ik voor?

Een co-productie van leerlingmolenaar Eric en molenaar Jan Borst.

Eric vertelt: Zoals op de foto van De Hoop hier onder zal je een molen niet vaak opgezeild zien. Elke wiek een andere hoeveelheid zeil. Dit was niet het gevolg van het niet kunnen beslissen hoeveel zeil er op moest, want afgelopen zaterdag was het heel rustig weer, windje zuid van 1 à 2 beaufort, soms in een vlaagje misschien even 3 beaufort. Bij dat soort weer is bijna alles goed. Nee, het was het resultaat van een zwicht oefening, die ik als leerlingmolenaar heb gedaan o.l.v. Jan. Wat zwichten is leggen we zo uit, maar laat ik mij even voorstellen.

Eric schoont een maalsteen

Mijn naam is Eric van der Vegte, 62 jaar, vrouw en drie zoons en werkzaam in de techniek, als mechanisch ontwerper bij een firma die complexe verpakkingsmachines ontwerpt en produceert voor grote webwinkels over de hele wereld. Ik ben als leerling op de molen beland na een rondleiding, waarbij ik genoeglijk met een aantal van de molenaars heb staan praten. Een week later werd ik benaderd door molenaar en voorzitter Willem, met de vraag of ik het leuk zou vinden om molenaar te worden. Dat sprak mij direct aan, zowel wegens de techniek, als het goede gevoel wat ik had bij de molenaars die ik had gesproken. Het leek me een leuke ploeg en met een naderend pensioen was ik al op zoek naar iets waar ik mijn energie en kennis in kan steken. Het geeft ook een goed gevoel om op deze manier mee te helpen om een stuk werelderfgoed voor het nageslacht te behouden. Ik heb nog wel even na moeten denken over de hoeveelheid tijd die er zeker de eerste paar jaar in gaat zitten, omdat je voor het behalen van het molenaarsexamen een tot drie jaar flink moet studeren en ook veel praktijkuren moet maken op allerlei typen molens. Ik heb voor mezelf besloten om die uitdaging aan te gaan, ondanks mijn andere hobby’s, zoals zeilen, techniek en doe-het-zelven. Ik ben nu sinds oktober vorig jaar in opleiding en ik vind het hier geweldig.

Erics zwicht resultaat

Maar nu dat zwichten …. Daarvoor geef ik het woord aan Jan, want die had dat stuk van het verhaal net klaar, toen ik voorstelde om mij n.a.v. die foto meteen even voor te stellen.

Op oude zeilschepen als barkentijnen en fregatten werd het zeiloppervlak aangepast door te zwichten. Op moderne zeilschepen wordt daarvoor een andere term gebruikt, er wordt gereefd. Op een molen wordt de oude term gebruikt, er wordt gezwicht.

Wat wordt onder zwichten of reven verstaan? De molenaar verkleint of vergroot het zeiloppervlakte zodanig dat de molen bij de dan heersende windsterkte optimaal zal draaien. Hierbij zal hij er ook achter komen dat de heersende windsterkte nog al variabel is, met flinke uitschieters, waarbij de windrichting ook zomaar een aantal streken kan draaien.

Het gaande werk in onze korenmolen is zodanig geconstrueerd dat de wiekenas met ca. 15 omwentelingen per minuut de maalstenen optimaal laat draaien. De steenspil draait 7 maal sneller dan de wiekenas. De door de steenspil aangedreven maalsteen (loper) maakt dan dus ruim 100 omwentelingen per minuut. De molenaar zal proberen om het zeiloppervlakte zodanig groot te maken dat die gewenste snelheid wordt bereikt en niet wordt overschreden.

min-of-meer gezwicht

Op iedere wiek is een rechthoekig zeil van ca. 10 x 1,5 meter aangebracht aan de linkerkant van de roede, voor het hekwerk dat zich daar bevindt (Nr 1 “vol zeil”, links op de tekening). Bovenaan iedere wiek zit dat zeil aan beide zeilhoeken vast. Wanneer de molen niet wordt gebruikt is het zeil verticaal opgerold en aan de rechterzijde om de roede en windborden naar de achterzijde van de wiek verplaatst en vastgezet.

Wanneer we graan willen malen, worden de zeilen wiek voor wiek naar de voorzijde verplaatst, uitgerold en vastgezet aan klampen op de roede en met touwen aan de onderzijde vastgezet aan de wiek. Om het zeil vlak te trekken bevinden zich nog drie lijnen aan de linkerkant van het zeil op ongeveer 2,5 meter van elkaar. Die lijnen lopen aan de linker- en achterzijde van het hekwerk naar beneden waar de molenaar ze vastzet. Dit zijn de zogenaamde zwichtlijnen.

Bij zwakke tot matige wind draaien we met vier volle zeilen. Neemt de wind toe en draait de molen naar het oordeel van de molenaar te snel, dan moet hij zwichten, d.w.z. de zeilen voor een deel wegrollen. Onder gewone omstandigheden gebeurt dat op alle wieken, om een evenwichtige windbelasting op de wiekenas te behouden.

We onderscheiden verschillende zwichtstanden zoals in bovenstaande tekening aangegeven: (2) duikertje tot eerste zwichtlijn, (3) lange halve en (4) halve tot de tweede zwichtlijn, (5) hoge lijn en (6) stormeindje tot de derde zwichtlijn.

Natuurlijk kun je het zeil ook helemaal wegrollen, en zelfs de borden aan de rechterzijde van de roede wegnemen om nog minder wind te vangen, maar als dat nodig is kun je als molenaar maar beter thuis blijven.