Op de UNESCO-lijst

Vanaf 7 december 2017 staat het molenaarsambacht op de UNESCO-lijst immaterieel erfgoed. Als molenaars, aangesloten bij het Gilde van Vrijwillige Molenaars (GVM) zorgen wij voor de instandhouding van de molen De Hoop èn voor de opleiding voor het molenaarsambacht.

Door de inspanningen van het Gilde van Vrijwillige Molenaars, het Gild Fryske Mounders, de Vereniging De Hollandsche Molen en het Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde is het gelukt om het molenaarsambacht op te nemen op de Representatieve Lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid bij UNESCO. Meer informatie is te vinden in dit bericht Molenaarsambacht op de UNESCOlijst van immaterieel cultureel erfgoed Nieuwsbrief Extra December 2017 van de Hollandsche Molen.

Wij zijn als molenaars van De Hoop best trots op deze erkenning van ons ambacht, waar wij als vrijwilligers veel tijd in steken. Meer informatie over immaterieel erfgoed, klik hier.

Als de weersomstandigheden het op 9 dec toelaten en de stelling geen ijsbaan is, dan zullen we de wieken gepavoiseerd laten draaien.

Sint Nicolaas

Onze zeer gewaardeerde oudste vaste klant
is weer terug in ons speelgoedland.
In het stadje Dokkum werd hij dit jaar ontvangen,
maar gelukkig is hij daar niet lang blijven hangen.

 

Er staan daar wel molens, met namen als De Hoop
en daar zijn vast ook wel meelproducten te koop.
Maar de Sint, hij heeft in december maar Zeldenrust,
vond het veel te druk nabij de Waddenkust.

 

Daarom trok hij op zijn schimmel naar het binnenland,
vergezeld door Pieten reed hij langs de kant.
Over ’s Heren wegen en de rustige vierbaans Centrale as
ging dat vlotjes tot hij in Sumar aangekomen was.

 

Daar ontwaarde hij van verre De Hoop in stralend kunstlicht.
Die molen stond sinds jaren weer goed in het zicht
en zat als 150-jarige weer helemaal strak in de verf
op een door een jonge meidoornhaag omsloten molenerf.

 

In de rust van Sumar voelde hij zich weer thuis.
Buiten om de molen zorgde Aeolus voor een lichte ruis.
Binnen verjoeg de kachel de kou uit zijn ouwe jas.
Sinterklaas was weer helemaal in zijn sas.

 

De molenaars ontvingen hem als een trouwe vrind
die weer pannenkoekenmeel kwam halen voor ieder kind.
Om schoenen, laarzen of klompen mee te vullen,
en iedereen weer van baksels te laten smullen.

 

Mocht hij jou dit jaar per ongeluk hebben overgeslagen,
geen nood, ook jij bent bij ons welkom op alle zaterdagen.
Net als voor onze zeer gewaardeerde oudste vaste klant,
plaatsen we jouw aankopen in onze laat-maar-zakken mand.

 

De molenaars van De Hoop

Werk aan de winkel

Na de feestelijkheden in verband met het 150-jarig jubileum van De Hoop lijkt er een schijnbare rust in en om de molen ingetreden. Maar iedere zaterdag vindt er toch volop bedrijvigheid plaats. Voor de vele winkelverkopen worden er talloze zakken met meelproducten gevuld, wordt ons pannenkoekmeel samengesteld en maakt de builmachine overuren.

Soms wordt er zelfs op andere dagen gewerkt, met name als de winkelvoorraad te beperkt dreigt te worden en het samenstellen van ons onovertroffen pannenkoekmeel stagneert. Het opraken van de voorraad tarwemeel komt vooral omdat het geregeld niet hard genoeg waait om te kunnen malen. En dan wijken we uit naar een windrijke dag om te malen.

Naast het malen waren we druk met het reinigen van een maalkoppel dat niet meer de meelkwaliteit opleverde die wij wensen. Alvorens je kunt beginnen met reinigen, wordt het maalkoppel ontmanteld en de bovenste steen (de loper) opgehesen, omgedraaid en op stevige schragen boven de liggersteen geparkeerd. De foto toont de omgekeerde loper, hangend aan de beugels. Wanneer je door het gat in de loper kijkt, zie je het centrum van de liggersteen met daarin de kop van de bolspil.

De groeven in beide stenen worden schoongemaakt met plamuurmessen, verfkrabbers en staalborstels, waarna de stofzuiger er aan te pas komt. Vervolgens wordt het koppel weer in zijn werkzame toestand teruggebracht en kan het malen weer plaatsvinden. De behandeling van een maalkoppel is snel verteld, maar de molenaars zijn er toch met vier man twee zaterdagen mee bezig geweest.

Eén van die molenaars is onze nieuwe leerling Eric, die ook voor deze klus de handen uit de mouwen stak. Eigenlijk vormt het onderhoud van de maalkoppels geen onderdeel van de opleiding tot vrijwillige molenaar, maar daar maalt Eric niet om. Hij vindt alles waar technisch inzicht bij van pas komt interessant.

Ook wordt er druk gewerkt aan de vervanging van delen van het lichtwerk (ook wel “Het Paard” genoemd) van het andere maalkoppel. Die onderdelen waren aangetast door houtworm en ook leek de constructie niet voldoende veilig om het onderhoud nog jaren voor ons uit te kunnen schuiven. Wanneer het maalkoppel in bedrijf gaat wordt door de molenaar door middel van het “Het Paard” de lopersteen op de gewenste maalhoogte gebracht, inclusief de (blauwe) bolspil, de (rode) rijn en de daarboven aandrijvende steenspil met rondsel (niet weergegeven in de tekening).

Op bijgaand tekening kun je de belangrijkste onderdelen vinden die we vervangen: het (gele) paard en de (bruine) pasbalk van larikshout. Zo’n balk weegt ongeveer 190 kg, uitgaande van de door mij geschatte afmeting van 200x40x40 cm. Op de begane grond van de molen ligt momenteel de nieuwe balk te wachten op transport. Dat wordt nog een hele hijs naar de maalzolder!

VET VET COOL VET

Als molenaar moet je met je tijd meegaan, en iets VET vinden als je iets prachtig of geweldig vindt (in jongerentaal volgens de Dikke van Dale).

Afgelopen zaterdag kwam tot onze verrassing raadslid Wijbe Postma langs op de molen, met een cadeau van de FNP-riedsfraksje Tytsjerksteradiel in verband met het 150-jierrich bestean fan koarnmûne De Hoop. Een letterlijk en figuurlijk VET cadeau: reuzel en bijenwas.

Wij molenaars zijn daar natuurlijk reuze blij mee. Het VET in de vorm van reuzel, varkensvet dus, gebruiken we iedere week om de bovenas in het pen- en halslager te smeren. Door de eeuwen heen is reuzel het middel dat door molenaars in de kap van de molen wordt gebruikt. Ook om de kap soepel rond te kunnen kruien. Zo’n houten met riet gedekte kap inclusief wieken, bovenwiel, vangmechanisme en gietijzeren wiekenas met een totaal gewicht van ca. 13 ton, wil dankzij die reuzel wel glijden over de neuten van de onderbouw.

Wijbe Postma

Het VET in de vorm van bijenwas wordt jaarlijks gebruikt om alle kammen (tanden) en staven van de wielen in het gaande werk te smeren. Zowel bijenwas als reuzel hebben geen nadelige invloed op het hout, dat hadden de molenaars in vroegere eeuwen al ontdekt.

Bij de uitreiking las Wijbe bovenstaande “oorkonde” voor, waarvan de tekst in de vorige eeuw in de LC heeft gestaan.

Namens alle molenaars bedank ik hierbij de fractie van de FNP voor dit VETTE cadeau, waarmee we weer vele jaren ouderwets kunnen smeren.

Jan Borst

Viering 150-jarig jubileum Korenmolen De Hoop

Van de redactie (molenaar Jan).

Op 7 oktober 2017 vierden we het 150-jarig jubileum. Helaas kon ik niet van de partij zijn, maar oud voorzitter van de Stichting Korenmolen De Hoop Sumar, Binne Kramer heeft een impressie van het jubileumfeest gemaakt, in woord en beeld, waarvoor wij molenaars hem zeer dankbaar zijn. Onze hartelijke dank gaat vanzelfsprekend ook uit naar al die vrijwilligers die, voorafgaande aan en gedurende de feestdag, er geheel belangeloos voor gezorgd hebben dat we nu kunnen terugkijken op een geslaagde feestdag.

Hieronder en op pagina “De Hoop 150 jaar oud” het  verhaal van Binne Kramer.

Korenmolen De Hoop viert 150-jarig bestaan.

Ondanks het zonder meer abominabele weer werd het verjaardagsfeest van Korenmolen De Hoop in Sumar op passende wijze gevierd. De organisatie, in casu de molenaars zelf, hadden groots uitgepakt met een programma dat voor elk wat wils bevatte. Jammer dat niet ‘elk’ kwam kijken zaterdag, maar gezien het slechte weer was de opkomst toch opmerkelijk groot.

Maar ja, zet ergens een poffertjeskraam neer en verkondig luid en duidelijk dat die kleine pannenkoekjes gratis zijn en je hebt de helft van de gewenste klandizie al binnen. Maar, het was zoals een van de bezoekers het verwoordde: “Wy hiene dat waar fan it doarpsfeest hawwe moatten.’ Toen, twee weken geleden was het onverwachts schitterend weer, zonnig en voor de tijd van het jaar zelfs warm. Maar het gezegde luidt nou eenmaal niet voor niets: ‘soms zit het mee, soms zit het tegen’ en dat laatste was zaterdag het geval. Koud, winderig en regenachtig, wat heet regenachtig, het is de hele dag niet langer dan een half uurtje droog geweest. En toch, geloof het of niet, werd het een uiterst sfeervol feest waarvan zij die de moeite hadden genomen om te komen kijken, volop genoten.

Eigenlijk waren dat er nog best wel veel. Droog met een zonnetje had het allemaal wat feestelijker, wat ‘nofliker’ gemaakt, zeker, maar je hebt het er nu eenmaal mee te doen. En omdat de organisatie weigerde bij de pakken, zakken in dit geval, meelzakken om precies te zijn, neer te gaan zitten, werd het toch nog gezellig.

Redactie: volgens onze penningmeester hebben meer dan 200 personen het jubileumfeest bezocht. Het vervolg van deze impressie vindt u hier.

Ik was er ook, in de molen, woef

Het draait om historisch besef

Eerder schreef ik in deze weblog dat het draait om pi en om de vrijwillige molenaar. Natuurlijk is dat maar een stukje van de waarheid. Eigenlijk draait het om de geschiedenis van de molen en van de inwoners van Sumar. Het draait om historisch besef ten aanzien van eerdere generaties in en om Sumar, die industriële monumenten vervaardigden om te voorzien in hun levensonderhoud. Monumenten zoals molens, historische gebouwen en standbeelden geven ons enig inzicht in vroegere tijden, ongeacht of die vroegere tijden in onze huidige beleving meer of minder fraai waren. Monumenten verdienen het om behouden te worden voor toekomstige generaties, om de geschiedenis door te geven.

De Gemeente Tytsjerksteradiel, eigenaar van de molen, is zich hier gelukkig van bewust en investeert regelmatig in het onderhoud van De Hoop, één van de ca. 1.200 molens die nog bestaan in Nederland.

Ooit, omstreeks het jaar 1700, stonden er zo’n 12.000 molens in Nederland te draaien. Door het droogmalen van polders werd het bebouwbare landoppervlakte vergroot. Door migratie van bevolkingsgroepen uit zuid Europa naar de welvarende Nederlanden was er steeds meer capaciteit nodig aan koren- en zaagmolens, om maar eens twee verschillende industriemolens te noemen. De magen van de groeiende bevolking moesten worden gevuld. De zeemacht en de VOC hadden hout nodig om hun bestand aan schepen op peil te houden en te vergroten. Ook voor huisvesting en bedrijven was heel veel zaagcapaciteit nodig.

Na de Gouden Eeuw ging het langzaam bergafwaarts met het aantal molens, en de opkomst van het stoomtijdperk in de loop van de 19de eeuw vormde feitelijk de genadeslag voor veel wind-aangedreven molens. De toenmalige duurzame industrie met windmolens werd de nek omgedraaid, de productiviteit moest omhoog, en dat was niet realiseerbaar met ouderwetse weersafhankelijke werktuigen.

1867 De Hoop te Sumar

Ondanks de opkomst van stoomwerktuigen werd er in Sumar nog een molen geplaatst in 1867, waarmee tot 1947 door beroepsmolenaar Anne van de Wal is gemalen. In de stenen onderbouw van de molen is een steen met dit jaartal aangebracht. Het jaartal 1874 in de gietijzeren bovenas duidt erop, dat er later (misschien na de brand van 1882) een andere as in de molen is geplaatst. Volgens overlevering zou de houten bovenbouw van de molen oorspronkelijk in Kootstertille hebben gestaan en vandaar naar Sumar zijn overgeplaatst.

Hoe dan ook, wij gaan uit van het jaartal 1867 in de onderbouw. En dat betekent dat de molen dit jaar 150 jaar bestaat. Een jubileum dus, en dat feest vieren we op zaterdag 7 oktober aanstaande, ijs en weder dienende. Voor het feestprogramma klik hier.

Meer informatie over Korenmolen De Hoop is te vinden in het boekje “’De Hoop’, De laatste industriemolen in Tytsjerksteradiel, dat gemaakt is door oud molenaar Kees Spithost. Het boekje is te koop op de molen, ook op zaterdag 7 oktober a.s.