In de wind en in de schijnwerpers

Een bericht van onze voorzitter, Willem Oosterbaan

Van oudsher werden molens in het vrije veld of aan de rand van dorp of stad gebouwd, eventueel als stellingmolen om hoogte te winnen, zoals bij onze molen De Hoop. Zo werd bereikt dat de wind vanuit alle richtingen de molen ongehinderd kon bereiken. Toch bleef een goede windvang altijd een punt van zorg. Geen wind betekende geen inkomen voor de molenaars. Oprukkende en steeds hogere bebouwing alsmede opgaande beplanting kunnen een belemmering van de windaanvoer gaan vormen.

Tot het einde van de 18e eeuw waren landheren eigenaar van de wind. Een vergunning om een molen te laten draaien, het zogeheten windrecht, ging gepaard met de verplichting om jaarlijks windpacht te betalen. Hierbij werd de molenaar recht van vrije wind verzekerd. Tegenwoordig biedt het bestemmingsplan de beste mogelijkheden om de molenbiotoop te beschermen.

Voormalige bomen richting rotonde

Tot een goed jaar geleden ondervond onze molen steeds meer last van de rondom de molen opschietende beplanting. Van een constante windaanvoer was geen sprake meer. Vooral de hoge bomen aan de zuidwestzijde van de molen belemmerden de windaanvoer. In goed overleg met onze buurman en boomeigenaar Wytze Postmus en met de gemeente werd besloten om de bomen te rooien. Daar we heel vaak een ZW-wind in Nederland hebben was deze actie het begin van een verbetering van de molenbiotoop. Daar de wind nu minder belemmeringen tegenkwam en er daardoor een meer constante aanvoer van wind was gewaarborgd, konden de wieken van de molen ook regelmatiger draaien en had dit weer tot gevolg dat de molenkap minder stond te schudden. Ook de maalstenen draaiden constanter, waardoor we een nog betere kwaliteit meel gingen fabriceren.

De wind belemmerende bomen en struiken op het molenerf konden in eerste instantie door gebrek aan financiële middelen van de molenaars niet worden aangepakt. Echter onze andere buurman Transportbedrijf Aize Postmus sprong bij en met o.a. zijn hulp en in overleg met de gemeente werd het molenerf opgeknapt.

De reacties van de dorpsbewoners, klanten en bezoekers over hoe de molen er nu bijstaat zijn heel positief. De verlichting van de molen tijdens de donkere uren kwam door deze acties ook veel beter tot zijn recht, gelet op de vele positieve reacties van de omwonenden en buurtgenoten.

Eind 2017 hebben de wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel voor een werkbezoek de molen bezocht. Tijdens de rondleiding werd o.a. gesproken over de vraag hoe we de molen nog meer als blikvanger voor de gemeente in beeld kunnen brengen. Begin maart is de opslag van bomen aan de Koekoekswei door de gemeente verwijderd. De molen is nu vanuit alle richtingen duidelijk zichtbaar en de molenbiotoop is wederom verbeterd.

Zicht op De Hoop vanaf rotonde

Vanaf de Sintrale As en de rotonde is de molen ook in de avond en ochtend door de verlichting goed te zien. De lovende reacties op de verlichte molen zijn echt overweldigend. Er zijn zelfs kerstkaarten van gemaakt.

Door bovengenoemde acties is molen De Hoop nog beeldbepalender geworden voor Sumar en voor de gemeente Tytsjerksteradiel, die via de Stichting Behoud Monumenten toch de eigenaar van deze korenmolen is. Molen de Hoop staat nu in de schijnwerpers en in de wind. Laten we er met z’n alle voor zorgen dat deze situatie de komende decennia wordt bestendigd.

Dierennamen in de molen

vrijdagavond 26 januari, van – 19.00 tot 22.00 uur –
In het kader van de officiële opening van Culturele Hoofdstad van Europa – Leeuwarden Friesland 2018 – komend weekend – stappen we in de voetsporen van de Winterjûnenocht. Volgens goed Fries gebruik brengen we mensen bij elkaar om verhalen te vertellen en te beluisteren. Het gebeurt in musea, op bijzondere locaties en bij mensen thuis. Een spannende legende, een persoonlijke voordracht, een verhaal over een voorwerp. Het kan allemaal. De deelnemende musea zijn die avond gratis toegankelijk.

Zo vertelt vrijwillige molenaar Willem Oosterbaan over het gebruik van dierennamen in de molen. Er bevinden zich onder andere hondsoren, paarden en ezels in de molen, maar ook vinken en kraaien hebben een plaatsje veroverd.

Wil je daar meer over willen weten, kom vrijdagavond tussen 19:00 en 22:00 uur langs op de molen, een van de plaatsen in Fryslân waar op deze vrijdag verhalen worden vertelt. Meer informatie kijk op verhalen-molen. Voor andere deelnemende verhaallocaties in Fryslân zie 2018verhalen.

Op de UNESCO-lijst

Vanaf 7 december 2017 staat het molenaarsambacht op de UNESCO-lijst immaterieel erfgoed. Als molenaars, aangesloten bij het Gilde van Vrijwillige Molenaars (GVM) zorgen wij voor de instandhouding van de molen De Hoop èn voor de opleiding voor het molenaarsambacht.

Door de inspanningen van het Gilde van Vrijwillige Molenaars, het Gild Fryske Mounders, de Vereniging De Hollandsche Molen en het Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde is het gelukt om het molenaarsambacht op te nemen op de Representatieve Lijst van immaterieel erfgoed van de mensheid bij UNESCO. Meer informatie is te vinden in dit bericht Molenaarsambacht op de UNESCOlijst van immaterieel cultureel erfgoed Nieuwsbrief Extra December 2017 van de Hollandsche Molen.

Wij zijn als molenaars van De Hoop best trots op deze erkenning van ons ambacht, waar wij als vrijwilligers veel tijd in steken. Meer informatie over immaterieel erfgoed, klik hier.

Als de weersomstandigheden het op 9 dec toelaten en de stelling geen ijsbaan is, dan zullen we de wieken gepavoiseerd laten draaien.

Sint Nicolaas

Onze zeer gewaardeerde oudste vaste klant
is weer terug in ons speelgoedland.
In het stadje Dokkum werd hij dit jaar ontvangen,
maar gelukkig is hij daar niet lang blijven hangen.

 

Er staan daar wel molens, met namen als De Hoop
en daar zijn vast ook wel meelproducten te koop.
Maar de Sint, hij heeft in december maar Zeldenrust,
vond het veel te druk nabij de Waddenkust.

 

Daarom trok hij op zijn schimmel naar het binnenland,
vergezeld door Pieten reed hij langs de kant.
Over ’s Heren wegen en de rustige vierbaans Centrale as
ging dat vlotjes tot hij in Sumar aangekomen was.

 

Daar ontwaarde hij van verre De Hoop in stralend kunstlicht.
Die molen stond sinds jaren weer goed in het zicht
en zat als 150-jarige weer helemaal strak in de verf
op een door een jonge meidoornhaag omsloten molenerf.

 

In de rust van Sumar voelde hij zich weer thuis.
Buiten om de molen zorgde Aeolus voor een lichte ruis.
Binnen verjoeg de kachel de kou uit zijn ouwe jas.
Sinterklaas was weer helemaal in zijn sas.

 

De molenaars ontvingen hem als een trouwe vrind
die weer pannenkoekenmeel kwam halen voor ieder kind.
Om schoenen, laarzen of klompen mee te vullen,
en iedereen weer van baksels te laten smullen.

 

Mocht hij jou dit jaar per ongeluk hebben overgeslagen,
geen nood, ook jij bent bij ons welkom op alle zaterdagen.
Net als voor onze zeer gewaardeerde oudste vaste klant,
plaatsen we jouw aankopen in onze laat-maar-zakken mand.

 

De molenaars van De Hoop

Werk aan de winkel

Na de feestelijkheden in verband met het 150-jarig jubileum van De Hoop lijkt er een schijnbare rust in en om de molen ingetreden. Maar iedere zaterdag vindt er toch volop bedrijvigheid plaats. Voor de vele winkelverkopen worden er talloze zakken met meelproducten gevuld, wordt ons pannenkoekmeel samengesteld en maakt de builmachine overuren.

Soms wordt er zelfs op andere dagen gewerkt, met name als de winkelvoorraad te beperkt dreigt te worden en het samenstellen van ons onovertroffen pannenkoekmeel stagneert. Het opraken van de voorraad tarwemeel komt vooral omdat het geregeld niet hard genoeg waait om te kunnen malen. En dan wijken we uit naar een windrijke dag om te malen.

Naast het malen waren we druk met het reinigen van een maalkoppel dat niet meer de meelkwaliteit opleverde die wij wensen. Alvorens je kunt beginnen met reinigen, wordt het maalkoppel ontmanteld en de bovenste steen (de loper) opgehesen, omgedraaid en op stevige schragen boven de liggersteen geparkeerd. De foto toont de omgekeerde loper, hangend aan de beugels. Wanneer je door het gat in de loper kijkt, zie je het centrum van de liggersteen met daarin de kop van de bolspil.

De groeven in beide stenen worden schoongemaakt met plamuurmessen, verfkrabbers en staalborstels, waarna de stofzuiger er aan te pas komt. Vervolgens wordt het koppel weer in zijn werkzame toestand teruggebracht en kan het malen weer plaatsvinden. De behandeling van een maalkoppel is snel verteld, maar de molenaars zijn er toch met vier man twee zaterdagen mee bezig geweest.

Eén van die molenaars is onze nieuwe leerling Eric, die ook voor deze klus de handen uit de mouwen stak. Eigenlijk vormt het onderhoud van de maalkoppels geen onderdeel van de opleiding tot vrijwillige molenaar, maar daar maalt Eric niet om. Hij vindt alles waar technisch inzicht bij van pas komt interessant.

Ook wordt er druk gewerkt aan de vervanging van delen van het lichtwerk (ook wel “Het Paard” genoemd) van het andere maalkoppel. Die onderdelen waren aangetast door houtworm en ook leek de constructie niet voldoende veilig om het onderhoud nog jaren voor ons uit te kunnen schuiven. Wanneer het maalkoppel in bedrijf gaat wordt door de molenaar door middel van het “Het Paard” de lopersteen op de gewenste maalhoogte gebracht, inclusief de (blauwe) bolspil, de (rode) rijn en de daarboven aandrijvende steenspil met rondsel (niet weergegeven in de tekening).

Op bijgaand tekening kun je de belangrijkste onderdelen vinden die we vervangen: het (gele) paard en de (bruine) pasbalk van larikshout. Zo’n balk weegt ongeveer 190 kg, uitgaande van de door mij geschatte afmeting van 200x40x40 cm. Op de begane grond van de molen ligt momenteel de nieuwe balk te wachten op transport. Dat wordt nog een hele hijs naar de maalzolder!

VET VET COOL VET

Als molenaar moet je met je tijd meegaan, en iets VET vinden als je iets prachtig of geweldig vindt (in jongerentaal volgens de Dikke van Dale).

Afgelopen zaterdag kwam tot onze verrassing raadslid Wijbe Postma langs op de molen, met een cadeau van de FNP-riedsfraksje Tytsjerksteradiel in verband met het 150-jierrich bestean fan koarnmûne De Hoop. Een letterlijk en figuurlijk VET cadeau: reuzel en bijenwas.

Wij molenaars zijn daar natuurlijk reuze blij mee. Het VET in de vorm van reuzel, varkensvet dus, gebruiken we iedere week om de bovenas in het pen- en halslager te smeren. Door de eeuwen heen is reuzel het middel dat door molenaars in de kap van de molen wordt gebruikt. Ook om de kap soepel rond te kunnen kruien. Zo’n houten met riet gedekte kap inclusief wieken, bovenwiel, vangmechanisme en gietijzeren wiekenas met een totaal gewicht van ca. 13 ton, wil dankzij die reuzel wel glijden over de neuten van de onderbouw.

Wijbe Postma

Het VET in de vorm van bijenwas wordt jaarlijks gebruikt om alle kammen (tanden) en staven van de wielen in het gaande werk te smeren. Zowel bijenwas als reuzel hebben geen nadelige invloed op het hout, dat hadden de molenaars in vroegere eeuwen al ontdekt.

Bij de uitreiking las Wijbe bovenstaande “oorkonde” voor, waarvan de tekst in de vorige eeuw in de LC heeft gestaan.

Namens alle molenaars bedank ik hierbij de fractie van de FNP voor dit VETTE cadeau, waarmee we weer vele jaren ouderwets kunnen smeren.

Jan Borst